Zorgvlied Rijksmonument

Begraafplaats Zorgvlied is sinds 2007 Rijksmonument.
Zorgvlied is een schitterend gelegen begraafplaats aan de Amstel, waar rust en respect voor de overledenen voorop staan.
De begraafplaats is sinds 2007 op een twaalftal onderdelen aangemerkt als Rijksmonument.
Graag willen wij u laten kennismaken met een bijzondere begraafplaats aan de oever van de Amstel, waar veel bekende Nederlanders zijn begraven en waar schitterende monumenten, zowel oude als nieuwe, de moeite waard zijn om te bezoeken.
Hoewel Zorgvlied op onderdelen een Rijksmonument is, wil dit niet zeggen dat de gehele begraafplaats een beschermd karakter heeft; Zorgvlied is een algemene begraafplaats, volop in bedrijf en met voldoende grafruimte.
Ommegang
Algemeen.
Zorgvlied is van belang als buitenbegraafplaats en als eerste in Engelse landschapsstijl aangelegde begraafplaats in de omgeving van Amsterdam.
De periode 1869-1931 is uit cultuurhistorisch en architectuurhistorisch oogpunt, vanwege de herkenbaar gebleven samenhang en de betekenis van parkaanleg, architectuur en funeraire sculptuur, van algemeen belang. Dit geldt ook voor de tuinarchitectuur en funeraire historie.
De verschillende uitbreidingen maken de begraafplaats een zeldzame combinatie van oude en nieuwere wijzen van aanleg. De begraafplaats kent een grote variëteit aan grafmonumenten. Belangrijk is bovendien de kenmerkende situering aan de Amstel.
De aanwezigheid van grafmonumenten van landelijk bekende personen uit ondermeer de kunst- en muziekwereld en de politiek, alsmede de aanwezigheid van zeldzame bomen en beplanting vormen belangrijke toegevoegde waarden.
De begraafplaats is gelegen op een voormalig weiland waarop vroeger het buitenverblijf Zorgvliet heeft gestaan. Het betreft hier de eerste buitenbegraafplaats van Amsterdam, gesticht als het gevolg van het verbod tot begraven binnen de bebouwde kom bij Koninklijk Besluit van 1827.
Gedeelte Zocher links
Het oude rooms-katholieke deel werd in 1872 ingezegend en bevindt zich rechts van de voormalige doodgraverswoning, nu de kantoorvilla van Zorgvlied.
In 1892 volgde een eerste uitbreiding aan de noordwestzijde naar ontwerp van L.P. Zocher.
In 1900 volgde een tweede uitbreiding aan de zuidwestzijde naar ontwerp van de gemeente-opzichter en toenmalige tuinbaas L. van der Bijl; in 1919 en 1926 volgden er wederom uitbreidingen aan de noordwestzijde eveneens naar ontwerp van L. van der Bijl. In 1926 werd het huidige hek met de twee poorten geplaatst.
Bij de uitbreiding van 1931 aan de zuidwestzijde, ontworpen door de toenmalige directeur van Zorgvlied, C.P. Broerse, kwamen ook de huidige aula en het nieuwe rooms-katholieke deel tot stand.
De naoorlogse uitbreidingen (noordwestzijde) zijn uitgevoerd door C.P. Broerse en B.J. Galjaard.
De laatste uitbreiding dateert van het eind van de jaren zestig.
De begraafplaats ligt ingesloten tussen de Kleine Wetering en de Amstel en heeft momenteel een oppervlakte van ongeveer16 hectaren.
Fluwelen hoofdlaan
Ten tijde van de aanleg behoorde Zorgvlied tot de voormalige gemeente Nieuwer-Amstel (sinds 1864 Amstelveen). Na de annexatie in 1896 door Amsterdam kwam de begraafplaats weliswaar op Amsterdamse grondgebied te liggen doch bleef eigendom van de randgemeente Amstelveen. Deze situatie is tot op heden ongewijzigd.
De parkaanleg van de eerste uitleg (1867-1870) en de daaropvolgende 19de eeuwse uitbreidingen (1892-1900) zijn gebaseerd op de Engelse landschapsstijl.
Bij de uitbreiding uit 1900 kwam er een nieuwe, door platanen geflankeerde hoofdlaan tot stand, de Platanenlaan, die na een sierlijke curve links van de dienstingang overgaat in een rechte statige laan en eindigt in een grote lus waarbij hij zich splitst in twee berkenlanen.
Deze uitbreidingen zijn passend in het concept van J.D. Zocher: een bochtige padenstructuur, verscholen plekken en monumentale beplanting.
Drie 20ste-eeuwse uitbreidingen (1919, 1926 en 1931) laten een verkaveling zien waarbij het padenstelsel een meer geordend karakter verkrijgt vanwege de geometrische patronen en grotere aaneengesloten eenheden.
De meeste beschermde objecten liggen in het 19de eeuwse gedeelte van de begraafplaats. Het oudste object is de voormalige doodgraverswoning (thans kantoor) uit 1869.
Het smeedijzeren hek met de gemetselde pijlers van de toegangspoorten dateert van 1926; de aula met de oprijlaan met aan weerszijden iepen zijn onderdeel van de uitbreiding van 1931.
Kenmerkend voor het oudste deel zijn de 19de eeuwse familiegraven.
Noordelijke toegangshekken
De monumenten.
Aan de Amstel-zijde van het terrein bevinden zich de begraafplaatshekken met twee identieke entreepartijen uit 1926 ter vervanging van een ouder hek. De noordelijke doorgang ligt tegenover de voormalige doodgraverswoning, de zuidelijke doorgang tegenover de oprijlaan naar de aula. Tussen de entreepartijen bevinden zich eenvoudig smeedijzeren hekken met spijlen en regels. Een entreepartij bestaat uit drie hoge in lichtrode baksteen gemetselde vierkante pijlers op natuurstenen plint en met afgeronde en geprofileerde hoeken en gemetselde afdekking. De pijlers aan de uiteinden van elke entreepartij hebben een lage vleugelmuur waarop een sierlijk smeedijzeren hekwerk. Op deze pijlers bevindt zich een goudkleurige kegelvormige lantaarn in Amsterdamse School-stijl met een rond en donkergekleurd glashuis. Expressionistische smeedijzeren letters op beide pijlers vormen het woord “Zorgvlied’. De middenpijler heeft het gemeentewapen van Amstelveen in smeedijzeren kader. Tussen de pijlers dubbele openslaande hoge smeedijzeren hekken.
Direct achter de noordelijke toegang bevindt zich de doorgraverswoning.
doodgraverswoning
De rondom vrijgelegen doodgraverswoning is door de toenmalige Publieke Werken van de gemeente Amstelveen in eclectische stijl ontworpen. De dienstwoning heeft tot 1931 tevens gefungeerd als aula.
De toenmalige burgemeester van de gemeente Amstelveen, Wiegel, legde in 1896 de eerste steen voor deze dienstwoning rechts naast de ingang. De woning stond oorspronkelijk op een T-vormig grondplan met twee bouwlagen en onder elkaar kruisende zadeldaken gedekt met rode pannen. Later werd in de noord- als de westhoek een vierkante uitbouw met plat dak aangebouwd.
Hierdoor is het tegenwoordige grondplan nagenoeg rechthoekig met deels gepleisterde en deels witgeschilderde gemetselde gevels.
De geveltop van de voorgevel aan de ZO-zijde heeft een tuit met sierlijk smeedijzeren accent op de noklijn. Met uitzondering van de NW-zijde hebben de gevels een hoog spitsboogvormig profiel.
De vensters hebben een meerruits geleding van raam en halfrond; de vensters op de begane grond zijn aan de bovenzijde licht gebogen.
In de voorgevel bevindt zich de hoofdingang met dubbele houten deur met daarboven in de gevel het gemeentewapen van Amstelveen onder de vensterpartij van de eerste verdieping. De achtergevel aan de NW-zijde bevindt zich de eenvoudig uitgevoerde achteringang, met tevens toegang tot de balie en koffieservicepunt.
Aula Zorgvlied
De begraafplaatsaula is een ontwerp in een zakelijk expressionistische stijl en kwam in 1931 met oprijlaan tot stand, naar ontwerp van de toenmalige directeur Gemeentewerken van Amstelveen, K.J. Mijnarends, die het gebouw links van de ingang signeerde.
Het gebouw staat op een samengesteld rechthoekig grondplan met één bouwlaag met platte daken en met in bruinrode gemetselde gevels in Noors kettingverband en afgesloten met eenvoudig natuurstenen lijsten.
De aula kenmerkt zich in opbouw door aaneengeschakelde kubistische bouwvolumen met een hoog middendeel en lagere vleugels aan weerszijden.
De voorgevel heeft een meerruits gelede vijfdeurs verdiepte toegangspartij met zijdeuren en een witgepleisterd gewelf met luifel. Aan weerszijden ruime gemetselde plantenbakken met natuurstenen afdekking. Het middendeel bestaat uit een hoge blinde gevel met wijzerplaat en uurwerk.
De lagere gevels aan weerszijden hebben elk zes smalle en verdiept geplaatste achtruits vensters met tuimelraam met aan de bovenzijde tussenliggend figuratief beeldhouwwerk.
De achtergevel met uitgang tot de feitelijke begraafplaats, is met uitzondering van de wijzerplaat, identiek aan de voorgevel.
De uitgang aan deze zijde leidt tot de feitelijke begraafplaats.
In de hooggelegen zijgevel van het middendeel bevinden zich zes verticale smalle vensters onder uitstekende witgepleisterde luifels. Verder twee smalle vensteropeningen van bouwglas.
De lagere bebouwing heeft een hoger middendeel waarin zes verticale en smalle gelede vensters met aan de bovenzijde tussenliggend figuratief bouwbeeldhouwwerk.
Een lage gemetselde plantenbak verbindt de drie bouwvolumen van deze lagere vleugels.
Het interieur kenmerkt zich door de hoge hoofdruimte van de aula met witzwart-marmeren vloer en marmeren lambrizering. Zwart marmer accentueert een plek in het midden van de zaal waar destijds de baar geplaatst werd. De aula wordt verlicht door de zes hooggeplaatste vensters in de zijwanden.
De hooggelegen verscholen ruimtes aan de voor- en achterzijde zijn bedoeld voor organist en orgel. Het oude orgel werd in 1956 vervangen. In de lagere vleugels bevinden zich de wachtruimtes.
Het oudste gedeelte van de begraafplaats (Zocher) is het gedeelte waar zich de graven bevinden die ook als Rijksmonument zijn aangemerkt.
Grafmonument voor Sophie de Vries.
Een laat 19de-eeuws grafmonument voor de actrice Sophie de Vries (1839-1892), met hoge natuurstenen vierkante sokkel en ingebogen profiel waarop obelisk met inscriptie. Bovenop staat de gebeeldhouwde marmeren portretbuste op sokkel, naar ontwerp van Henri Teixeira de Mattos. Voor het monument ligt een eenvoudige grafsteen, waaronder ook haar dochter is begraven.
Dit monument is een hardstenen grafmonument (ca. 1900) van Martin Kalff (1847 – 1898) journalist en zijn vrouw J.M.S. Gijswijt (1851 – 1937).
Het grafmonument is ontworpen door Eduard Cuypers, die zelf ook op Zorgvlied werd begraven.
Het grafmonument bestaat uit een forse grafsteen op het hoofdeind met daarvoor op hardstenen banden, vier penanten met daartussen een smeedijzeren hekwerk in Art Nouveau-stijl. Een deel van het hekwerk is aan de grafsteen bevestigd. De grafsteen staat op een brede voet die meer naar boven toeloopt en op ongeveer tweederde van de hoogte overgaat in een ronde vorm die een grote koperen portretmedaillon bevat. Onder de ronde vorm staat in een verdiept deel de tekst voor de overledenen, links en rechts geflankeerd door gestileerd rankwerk van takken van een esdoorn-achtige boom. Ook het portretmedaillon is met dit rankwerk omgeven.
Het volgende monument is het mausoleum van de familie Dorrepaal.
Dit laat 19de-eeuws Grafmonument werd als mausoleum opgericht, blijkens de inscriptie, voor de familie Dorrepaal.
De basis is een hardstenen en betegelde sokkel met smeedijzeren hek met pijlpuntspijlen. Hierop ligt de tombe met rechthoekig liggende en hellende steen met omlopend profiel met decoratie en met plint op lage kelderzerk. Aan de steen bevinden zich vier hijsogen. Aan het hoofdeinde een marmeren beeld van een knielende engel met lauwerkrans.
Het beeld dateert van 1886 en is van de hand van beeldhouwer F. Stracké.
Het monument werd in het begin van de 20ste –eeuw uitgebreid met een grote overhuiving in de vorm van een aan drie zijden open huis met zadeldak.
De grafkelder is toegankelijk via een luik in de sokkel; een trap leidt naar de voorkant van het monument.
Dit monument is het mausoleum van Oscar Carré.
Dit grafmonument voor Oscar Carré werd door de architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk in 1891 in neo-classicistische trant ontworpen als Mausoleum, blijkens inscriptie op het fries boven de ingang voor de familie Oscar Carré (1846-1911), circusdirecteur en oprichter van het door dezelfde architecten ontworpen “Theater Carré”.
Carré liet het mausoleum bouwen voor zijn eerste vrouw Amalia Salamonski.
Op de Romeinse tempelarchitectuur geïnspireerde rechthoekig mausoleum met grafkelder en bovengelegen tempeltje op hoge sokkel en opgebouwd uit zand- en hardsteen.
Aan de voorzijde leidt een trap van zes treden en sierlijk smeedijzeren hek naar het bordes met tempelfront met Corinthische zuilen met boven het fronton een urn.
De eikenhouten toegangsdeur met lichten en vensters aan de zijgevels.
Corinthische pilasters en hoekpilasters, bewerkte kapitelen en timpaan met vergankelijkheids- en eeuwigheidssymbolen zoals vlinder, omgekeerde fakkel en ouroboros (zie voor een verklaring van de funeraire symboliek de bijlage). De vloeren en wanden van het interieur met siermotieven en een marmeren borstbeeld van Amalia Salamonski, gemaakt door Henri J. Texeira de Mattos. Deze staat in een bespreekkamer in het doodgravershuis.
Vlak achter het mausoleum van Carré, ziet u aan de rechterkant het grafmonument voor Margot G. Mulder.
Dit laat 19de-eeuws grafmonument is, blijkens inscriptie, voor Margot G. Mulder (1858-1889) en heeft een rechthoekige liggende en hellende steen met omlopend profiel en linkerdeel van bredere kelderzerk. Op de vier hoeken staan geprofileerde gietijzeren balusters, middels kettingen met elkaar verbonden.
Halverwege de lange zijden een gietijzeren ornament met doodssymboliek: gevleugelde zandloper, vlinder, zeis, omgekeerde fakkel, eikel en ouroboros. Aan het hoofdeinde van het graf staat een treuriep, geënt op een wilde iep.
Achter het kantoor (het doodgravershuis), op de hoek treft u het familiegraf aan voor de familie P. vom Rath-Bunge. Dit laat 19de-eeuws grafmonument is, blijkens de inscriptie voor de familie P. vom Rath-Bunge, heeft een rechthoekige liggende en hellende steen en is omgeven door een sierlijk smeedijzeren grafhek op natuurstenen voet met gietijzeren balusters en ketting.
Aan het hoofdeinde een hoge stenen sokkel (waarschijnlijk afkomstig uit Charlottenburg) met profiellijsten, waarop een cartouche met de tekst “Trennung ist unser Loos, Wiedersehen unser Hoffnung” en met een keramisch beeld van treurende engel met lauwerkrans leunend op gebroken zuil (waarschijnlijk naar ontwerp van March uit Charlottenburg).
Het marmeren grafmonument uit 1900 is blijkens de inscriptie voor de familie Johanna Elisabeth Sophia Knoll (1820-1900), weduwe van Adolph Fortgens Otter en stichtster van de Elisabeth Otter-Knoll Stichting.
Het monument wordt op de hoeken begrensd door in totaal vier vierkante geprofileerde zuilen op sokkel en afgesloten met inwaarts omkrullende ezelsrugafdekking.
Op de zuilen staan in reliëf de bekende vergankelijkheidssymbolen afgebeeld: de gevleugelde zandloper, de ouroboros, schelpen, omgekeerde fakkel, papaverbollen, eikeltjes en vlinders.
Op de kelderzerk is een rechthoekige en hellende steen geplaatst met profiel- en sierlijst en opgelegde familiewapens.
Aan het hoofdeinde een hoge sokkel met golvend profiel en tekstplaat met dubbel cartouche met rolwerk waartegen twee aanleunende engelen met guirlande en palmtak zijn geplaatst. Aan de voorzijde van het monument bevindt zich een klein in zwart-wit blokpatroon betegeld bordes. Oorspronkelijk stonden er hekwerken tussen de vierkante zuilen.
Dit laat 19de-eeuws marmeren grafmonument voor de familie Hartog van Banda bestaat uit een ruime kelderzerk waarop een rechthoekige liggende en hellende steen met zes cartouches is geplaatst. Aan het hoofdeinde bevindt zich een hoge sokkel met tekstplaat en is belegd met schelpmotieven, waarop een tempelvormig baldakijn op vier geaderde groenmarmeren getorste zuilen, waartussen een afgebroken witmarmeren zuil in het midden. Bekroning wordt gevormd door vier met rouwsluiers bedekte grafurnen. Op het fries onder de kroonlijst aan de voorzijde een reliëf met olielamp en naar beneden gekeerde fakkels.
Dit is het familiegraf voor de familie W. Janssen.
Dit vroeg 20ste-eeuws grafmonument voor de familie W. Janssen staat op een ruimbemeten rechthoekig grafperceel omgeven door een haag. Aan de korte zijde een roodgranieten staand monument op natuurstenen sokkel. Bronzen urnen staan aan weerszijden van hoger en halfrond afgesloten middendeel met bronzen lauwerkrans, palmtak en portret in reliëf.
Het betreffende monument van Janssen is gemaakt door de beeldhouwer H. Rautsche uit Parijs. Zijn naam komt in het basement voor, waar in de bronzen plaat de signatuur voor Rautsche voorkomt en het jaartal 1906. Het monument is drie of vier jaar na de eerste bijzetting geplaatst. Tegen de lange zijde van het perceel is een eveneens granieten bank geplaatst.

