Cobra: het beste museum van Nederland

Wat ben ik vereerd met ons Cobra museum. Het is na een uitgebreid onderzoek van het Algemeen Dagblad uitgeroepen tot beste museum van Nederland! Wat een prestatie met een eindscore van 8,5. Het laat andere kanjers als bijvoorbeeld het Rijksmuseum (8,2), Naturalis (8,0) of het van Gogh museum (7,8) een stuk achter zich.
Het juryrapport laat zien waarom het Cobra museum de terechte winnaar is.
De eigen collectie krijgt een negen: “Het museum bezit een van de belangrijkste collecties van kunst van de Cobra groep. Daartoe behoorden uit ons land o.a. Appel, Corneille, Rooskens, Constant en Lucebert, uit België Alechinsky en Claus en uit Denemarken Jorn en Pedersen.” Een enorme prestatie voor een museum dat pas twaalf jaar bestaat en dat de bruikleencollectie waarop het gegrondvest was, terug getrokken zag.
Het programma krijgt ook een negen: “Het museum laat op de begane grond permanent delen van de eigen collectie zien. Op de eerste verdieping is ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. De Cobra-collectie is het vertrekpunt van de exposities: het museum volgt de kunstenaars die tot Cobra behoren gedurende hun volledige loopbaan en kiest voor tijdelijke tentoonstellingen kunstenaars, kunst en stromingen die op een of andere manier zijn aangeraakt door de geest van Cobra. Dat maakt het programma divers en dynamisch.
De begrijpelijkheid van de presentatie krijgt alweer een negen: “Het museumgebouw, ontworpen door Wim Quist, staat op een bewonderenswaardige manier in dienst van de kunst en is een van de mooiste museumgebouwen van ons land. Het gebouw ademt een rust die de expressiviteit van de Cobra-beweging ten goede komt. De permanente collectie wordt ingeleid met een korte tekst over wat Cobra is geweest. De kunstwerken zijn op een heldere manier gepresenteerd, opdat de bezoeker door de selectie kan begrijpen wat de Cobra-kunstenaars heeft bewogen. Bij de kunstwerken bescheiden tekstbordjes.”
Het wordt wellicht eentonig maar de creativiteit van het programma krijgt ook een negen: “Centraal in de permanente presentatie twee kunstwerken: De fontein een beeld van Karel Appel uit 1992 en, in een ronde patio midden in het gebouw, een Zen-tuin met beeldende elementen van corten-staal van Tajiri.
Waar de permanente tentoonstelling vooral de kunst laat spreken, voegt het museum aan tijdelijke tentoonstelling, waar dat mogelijk is, tal van elementen toe. De expositie Karel Appel en de jazz is daar een schoolvoorbeeld van. Centraal een reeks op jazzmuziek geïnspireerde forse schilderijen van Appel uit de jaren ’60, daarbij consoles met koptelefoons, waarop jazzmuziek en Poësie Barbare van Appel zelf. De film ‘De werkelijkheid van Karel Appel’ van Jan Vrijman uit 1961 draait er en er wordt in tekst en foto’s uiteengezet hoe de film is gemaakt. De laatste aanvulling doen foto’s van Ed van der Elsken, gemaakt tijdens het opnemen van de film en op andere momenten. Karel Appel en de jazz is een ideale tentoonstelling door haar combinatie van beeld en geluid.”
Er is slechts één ‘mindere’ score, de kindvriendelijkheid: “Op zondagen ‘instaprondleidingen’ voor kinderen en jongeren en een kinderatelier. Mogelijkheid tot het vieren van verjaardagfeestjes. Projecten voor basis- en voorgezet onderwijs.”
Het Cobra doet zoals de jury signaleert haar best om ook voor kinderen aantrekkelijk te zijn, maar stuit toch gezien de collectie van het museum op beperkingen. Zoals uit het onderzoek blijkt geldt dat trouwens voor alle musea voor beeldende kunst. Overigens stellen mijn kinderen de warmte en gastvrijheid van het kinderatelier bijzonder op prijs.
Voor de rest is het weer allemaal zeer positief. Een acht voor de algemene informatie: “toegankelijke website met een ruim aanbod van informatie.”
Een acht voor de entourage: “uitnodigend, licht gebouw in het nieuwe stadshart van Amstelveen.”
En 7,5 voor de voorzieningen: “bescheiden winkel en bescheiden restaurant, maar functioneel.” Dat had voor mij hoger gemogen. Het assortiment mag bescheiden zijn, de kwaliteit en klantvriendelijkheid maken dat zeker goed.
Een negen voor de routing: “eenvoudig en helder, omdat het gebouw een heldere structuur heeft. Verdwalen is onmogelijk. Gehandicaptenvriendelijk.”
En tot slot drie plussen voor bereikbaarheid, zowel per openbaar vervoer, auto als nabije parkeergelegenheid.
Wat kan ik daar nog aan toevoegen? Wat ik zelf de opvallendste kwaliteit van het Cobra museum vind is de creativiteit van het programma. Die had van mij zelfs een tien mogen krijgen. Enerzijds zijn er exposities rond de grote namen van de Cobra beweging, zoals Corneille en Appel. En anderzijds multimediale exposities rond onorthodoxe thema’s – altijd toch op het hoogste artistieke niveau – als Brave New World (kritiek op de westerse samenleving en het democratische systeem), China now (hedendaagse Chinese kunst) en de kunst van het verleiden (de wereld van de reclame).
Komende zomer komt in dat kader de nu al spraakmakende expositie 'Gewoon Anders' over seksuele begeerte, gender en identiteitsvorming in de beeldende kunst, waaronder ook homoseksualiteit en transseksualiteit.
En dan te bedenken dat het er bij de start van deze collegeperiode in 2006 bepaald niet zo florissant uit zag. Het museum verkeerde in een benarde financiële positie. Jarenlange exploitatietekorten deden de door de gemeente bij de start - twaalf jaar geleden – meegegeven financiële reserve wegsmelten. Door de financiële onzekerheid werd het benodigde groot onderhoud aan het gebouw uitgesteld, onder meer de noodzakelijke renovatie van het dak en het vervangen van de klimaatinstallatie.
Gelukkig heeft de gemeente tijdig de helpende hand geboden. Nog geen jaar geleden, afgelopen mei, heeft de gemeenteraad ingestemd met mijn voorstel voor een financiële injectie van ruim vijfhonderdduizend euro. Tevens zorgt vanaf dit jaar de gemeente voor het groot onderhoud van het gebouw, wat gemiddeld ruim driehonderdduizend euro per jaar kost. Daarmee is het achterstallig onderhoud weggewerkt en een grote zorg van bestuur, directie en medewerkers van het Cobra weggenomen.
Deze uitverkiezing bewijst dat ze dat vertrouwen van de gemeente meer dan verdiend hebben.
Wat een geweldig cultureel centrum Amstelveen heeft dan, zeker als je bedenkt dat wij maar een middelgrote gemeente zijn: het beste museum van Nederland, de beste bibliotheek van Nederland en een poppodium dat reeds twee maal tot beste poppodium van Nederland is genomineerd.
En er zijn nog geen verkiezingen voor, maar ik ben er van overtuigd dat ook de schouwburg, de volksuniversiteit, de muziekschool, de kunstuitleen en het poppentheater zich met de besten in Nederland kunnen meten.
Mijn dank en waardering gaan uit naar de gemeentebesturen, de museumbesturen, de museummedewerkers en de geldschieters als sponsoren, culturele fondsen en de provincie Noord-Holland die aan dit succes gebouwd hebben.
Dat zijn veel personen die hun steentje hebben bijgedragen, speciaal wil ik noemen Piet van den Heuvel (visionaire wethouder die ervoor gezorgd heeft dat het museum werd opgericht), Kees van Tilburg (jarenlang voorzitter van het bestuur) en John Vrieze (huidig directeur).

