De geschiedenis van Amstelveen

Amstelveen heeft een rijke geschiedenis. Van klein veenwerkersgehucht in de dertiende eeuw is het uitgegroeid tot een gemeente met bijna 80.000 inwoners.
Aeme-stelle
Toen de randstad nog niet veel meer was dan een moerassig gebied, bevolkt door vissers en boeren, vervulde de rivier de Amstel al een belangrijke rol. Het gebied rondom de rivier werd Aeme-stelle genoemd; een oud-Nederlands woord voor 'waterachtig gebied'. Vanaf de rivier ontgon de bevolking het veen: de afgestoken grond werd tot turf verwerkt en als brandstof gebruikt. Zo ontstond waarschijnlijk rond het begin van de 13e eeuw in het veengebied ten westen van Ouderkerk het veenwerkersgehucht Amstelveen. Rond 1278 kreeg het dorp met de bouw van een kerk een de kernfunctie. Ongeveer in diezelfde periode werd de streek Aeme-stelle in twee bestuursgebieden verdeeld: Ouder-Amstel ten oosten en Nieuwer-Amstel ten westen van de rivier, met Amstelveen als centrum.
Door de aanleg van een dam in de monding van de rivier ontwikkelde zich in het noordelijk deel van Nieuwer-Amstel het vissersdorpje ´Amstelredam´, dat in 1275 stadsrechten verwierf. Het gehucht groeide uit tot het stadje Amsteldam, dat door zijn ligging aan de Zuiderzee steeds belangrijker werd. Amsteldam kreeg in 1275 stadsrechten en dankzij annexaties van grondgebied groeide dit stadje uit tot het huidige Amsterdam. Deze groei betekende voor de Amstelveense turfstekers een belangrijke bron van inkomsten.
Door het afgraven van veen (gemiddeld zo'n vier meter dik) ontstonden grote waterplassen. Tussen deze zogenaamde veenmeren werden loopvelden in stand gehouden, die nog altijd een onderdeel vormen van het huidige wegennet. In de 18e eeuw werden de veenmeren drooggemalen en ontstonden de lager gelegen polders met hun ringvaarten.
Voorspoed en tegenslagen
In de 17e en 18e eeuw groeide Amstelveen uit tot een eenvoudig, maar vriendelijk en welvarend dorpje met een aantal herbergen, winkels en ambachtelijke bedrijfjes. De landelijke rust lokte veel Amsterdammers naar buiten. Zij kochten of huurden huizen of kamers in het dorp om van het buitenleven te genieten en het was in die tijd dat de rijke kooplieden hun prachtige landhuizen aan de Amstel bouwden.
De nabijheid van Amsterdam bracht het nodige geweld met zich mee. De welvarende stad werd in de loop der eeuwen door heel wat krijgsbenden aangevallen, die zich in Amstelveen legerden en daar alvast tot plundering en brandstichting overgingen. Zo staken in 1420 de Utrechtenaren de kerk in brand, in 1517 plunderden de woeste Gelderse krijgsbenden het dorp en in 1572 bezetten de Geuzen de dorpskern. In 1650 rukte Willem II op naar Amsterdam, maar tekende vrede en vierde feest in Amstelveen. De zwaarste gevechten vonden plaats in 1787, toen de Pruisische koning via zijn zuster werd betrokken in de strijd van de conservatieve prinsgezinden tegen de progressieve Amsterdamse patriotten. De beslissende slag werd geleverd in en rond Amstelveen, dat zwaar gehavend uit de strijd kwam. De grootste schade werd veroorzaakt door een enorme brand in 1792, die een groot deel van het centrum van het dorp verwoestte. Hierdoor verloor het z´n allure. Ook het rechthuis in het centrum van het dorp moest worden afgebroken. Vlakbij de stad Amsterdam, aan de Amstel, werd een nieuw fraai raadhuis gebouwd.
Annexatie
In 1896 annexeerde Amsterdam een groot deel van het dichtbevolkte noordelijke gedeelte van Nieuwer-Amstel, waaronder ook het raadhuis. Het nieuwe bestuurscentrum keerde terug in het dorp waardoor Amstelveen zijn kernfunctie van de inmiddels geslonken gemeente (van 35.000 naar 5.500 inwoners) weer terugkreeg.
De Dorpsstraat aan het begin van de twintigste eeuw.
Twintigste eeuw
Bij het begin van de 20e eeuw was Amstelveen een eenvoudig landelijk dorp. Enigszins afgelegen omdat het geen enkele belangrijke spoorweg- of waterverbinding had. De verveningen liepen ten einde. De belangrijkste bron van inkomsten was de veeteelt met wat akkerbouw, maar ook de tuinbouw en de bloementeelt waren toen al in opkomst.
Na de Tweede Wereldoorlog ving Amstelveen een deel van de Amsterdamse woningnood op en werd tevens officieel één van de woongemeenten van Schiphol. Planologisch werd het ingevoegd in het agglomeratiegebied Amsterdam, met zijn stedelijke en groene zones. Amstelveen bleef als gemeente echter zelfstandig en voerde een zelfbewust beleid dat onder meer tot uiting kwam in de voor die tijd zeer fraaie nieuwe woonwijken. De groenvoorziening en de toegevoegde beeldende kunst trokken internationale aandacht.
De Molenweg in 1935.
Gemeente Amstelveen
Het oude dorp kon niet langer als kern dienen voor de moderne plaats. Men ontwikkelde een nieuw krachtig, aantrekkelijk en centraal gelegen centrum. In 1964 veranderde de naam van het bestuursgebied Nieuwer-Amstel, vanwege de dominante positie van Amstelveen binnen de gemeente Nieuwer-Amstel, in Amstelveen. Behalve woningen bouwde Amstelveen de laatste decennia ook veel kantoren; met name voor het handels-, bank- en verzekeringswezen. Het telt grote computercentra en hoofdkantoren voor nationale en internationale instellingen.

